Ik las een artikel vandaag in De Ware Tijd. Het ging over dat Suriname een zee van mogelijkheden heeft voor het aantrekken van buitenlandse investeerders tevens lokale investeerders. Dit was een aanbeveling die kwam van de Anton de Kom universiteit (FmijW) in samewerking met het internationaal congres van de Nederlandse Vereniging Advocaten-Belastingkundigen. Naar mijn mening heeft de Anton de kom Universiteit al regelmatig onderzoek gedaan hiernaar. Tevens de economie studenten van Adek. Deze berichten worden meer dan genoeg gepubliceerd in de dagbladen. Pas wanneer we in het CSME zitten gaan we kijken naar de mogelijkheden om onze inkomstenbelastingen omhoog te krijgen d.m.v het Caricom belastingverdrag? Word er dan nog los van het imkomstenbelasting gekeken naar het voordeel van buitenlandse investeringen of lokale investeringen in Suriname of voor de surinaamse gemeenschap?
Maar gelukkig haalt Roy Shyamnarain, partner van Tjong A Hung Belastingadviseurs aan dat Suriname hun huiswerk op fiscaal gebied wel heeft gedaan. (zou jij dat ook niet doen als je inkomen/salaris daarvan afhankelijk was?). Maar goed we zitten er nog niet helemaal in. Het Caricom belastingverdrag moet nog geratificeerd worden voor de deelnemende Caricom landen.
Wat houd nu het Caricombelastingverdrag in?
Wat zit erin voor jou als persoon?
Hieronder licht ik toe wat het Caricom belastingverdrag inhoud en wat voor voordelen jij als (toekomstige) investeerder hebt.
Caricom belastingverdrag
Met het tot stand komen van de Caricom Single Market and Economy ontstaat een gemeenschappelijke markt in het Caraïbisch gebied naar het model van de EU met een gemeenschappelijk buitentarief van invoerrechten en vrijdom van invoerrechten en kwantitatieve restricties in het onderlinge handelsverkeer. Er is bovendien een Caricom-belastingverdrag door de deelnemende landen afgesloten, dat naar verwachting ook door Suriname zal worden geratificeerd. Vanaf dat moment ontstaat voor Nederlandse ondernemingen, waarop het tussen Suriname en Nederland gesloten belastingverdrag reeds van toepassing is, de mogelijkheid om op fiscaal aantrekkelijke wijze via Suriname zaken te doen met de overige Caricom-landen.
Investeringsfaciliteiten
Op grond van de Investeringswet 2001 kunnen investeerders in bedrijfsmiddelen in de sectoren landbouw, veeteelt, visserij, aquacultuur, mijnbouw, bosbouw, toerisme, industrie, handel, bouwnijverheid, dienstverlening en beroepsvervoer in aanmerking komen voor een aantal fiscale en niet-fiscale faciliteiten.
De fiscale faciliteiten, die onder voorwaarden kunnen worden toegekend betreffen:
- vrijdom van invoerrechten, statistiekrecht en omzetbelasting
- vrije afschrijving
- aftrek van fictieve rente
- investeringsaftrek
- 10 jaar “taxholiday” voor de inkomstenbelasting
De niet-fiscale faciliteiten betreffen:
A: onbelemmerde overmakingen naar het buitenland van deviezen voor specifieke doeleinden, zoals:
- terugbetaling van uit het buitenland verkregen eigen vermogen ter financiering van investeringen
- uitkeringen van winst en/of dividend
- betaling van interest en aflossingen op in het buitenland geleend vermogen ter financiering van investeringen
- betaling van vergoedingen voor management, technische assistentie, know-how, licenties e.d.
B: soepele verlening van vergunning voor verblijf, vestiging en tewerkstelling van buitenlands personeel, vestiging van de onderneming, in- en uitvoer van goederen en diensten
Het in de Investeringswet 2001 voorziene orgaan Investsur, dat een essentiële rol was toebedacht bij het beoordelen van verzoeken om toekenning van investeringsfaciliteiten en het adviseren van de Minister van Financiën over het verlenen van faciliteiten, is tot nu toe niet operationeel.gemaakt. Daardoor kan de in de Wet Investsur vastgelegde procedure voor beoordeling en afhandeling van verzoeken om investeringsfaciliteiten toe te kennen, nog niet worden gevolgd, ofschoon de Minister van Financiën in voorkomende gevallen wel kan besluiten de in de Investeringswet genoemde faciliteiten aan investeerders toe te kennen.
Inmiddels hebben bij internationaal erkende deskundigen ingewonnen adviezen over de Investeringswet 2001 geleid tot voortschrijdend inzicht over deze materie en volgens onze informatie wordt thans gewerkt aan een gewijzigde opzet van de Investeringswet.
Arbeidswetgeving en sociale zekerheid
Voor werkgevers belangrijke bepalingen betreffende de arbeidsverhouding tussen werkgever en werknemer zijn neergelegd in de volgende wettelijke regelingen:
- het Surinaams Burgerlijk wetboek, derde boek, zevende titel onder A (Van de overeenkomsten tot het verrichten van arbeid)
- de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst
- de Arbeidswet 1963
- de Vakantiewet
- de Ongevallenregeling
- de Veiligheidswet 1947
- de Arbeidsgeschillenwet 1946
- de Werknemersregistratieverordening
- de Arbeidsbemiddelingsverordening
- het Decreet Ontslagvergunning, dat het ontslaan van werknemers aan een voorafgaande vergunning bindt
Daarnaast zijn er nog een aantal decreten en beschikkingen, die tewerkstelling in Suriname van vreemdelingen regelen.
Werkgevers zijn niet wettelijk verplicht een pensioenvoorziening voor hun personeel te treffen, al heeft het merendeel van de grotere en middelgrote bedrijven al of niet via een collectieve arbeidsovereenkomst wel een pensioenregeling voor hun personeel getroffen.
Hetzelfde geldt voor geneeskundige behandeling: ofschoon de werkgever daartoe niet wettelijke verplicht is vergoeden de meeste werkgevers de kosten van geneeskundige hulp van hun werknemers. In vele gevallen geschiedt dit door het afsluiten van collectieve ziektekostenverzekeringen bij lokale verzekeringsmaatschappijen of het Staatsziekenfonds.
Werkgevers zijn wel wettelijk verplicht hun werknemers te verzekeren tegen de financiële gevolgen van ongevallen en ziekte, die in een duidelijk verband staan tot de dienstbetrekking.
Voorts zijn werkgevers gehouden 2% van het zuiver inkomen van hun werknemers in te houden als premie t.b.v. de algemene oudedagsvoorziening.
Dus uit bovenstaande punten over de fiscale en niet- fiscale faciliteiten haal ik eruit dat we hier duidelijk gefocussed zijn op buitenlandse investeerders, maar dat de lokale investeerders een lening kunnen nemen in het buitenland en dat dat bedrag belasting aftrekbaar is. Ook hoeven de importeurs van Suriname dus geen invoerechten belasting meer te betalen waardoor de prijzen niet omhoog gaan. (tenminste a.d h hiervan). Allemaal goed nieuws toch?
Mijn vraag nu: Is Suriname werkelijk zo afhankelijk van de buitenlandse financiele instellingen om een stap vooruit te nemen? Moeten we eerst wachten tot andere landen in de regio hetzelfde doen en dan doen wij het ook? Naar mijn mening zijn er tal van manieren gepubliceerd waar we buitenlandse investeerders kunnen aantrekken, maar wat heeft Suriname tot nu toe gehandhaaft? Devaluatie van onze nationale munt? Steeds weer zijn wij goedkoper geworden t.o.v het buitenland en steeds weer is gebleken dat dat heeft gefaald. Waarom? Omdat de regering steeds gebruik maakt van monetaire financiering om ons uit onze (Suriname) schulden te halen (of dat is wat ze zeggen) en de surinaamse bevolking lijdt daaronder. We zijn al goedkoop. Hoe goedkoper moeten wij nog worden? Suriname richt zich op de toeristensector, ja dat klopt..maar gaan we nu alleen buitenlanders laten investeren in Suriname? Want zo te zien hebben buitenlanders er meer baat bij dan een lokale onderneming die wil uitgroeien tot een groot bedrijf. Onze munteenheid zal dan wel stabiel blijven, maar gebeurt er dan niet niets met ons als “Surinamers”?
Betreffende de wetgeving. Eerlijk gezegd heb ik niet zoveel inzicht in de wetgeving dus zal ik waarschijnlijk al deze wetten moeten opzoeken om te verklaren of dit naar mijn mening wel voordelig of nadelig is.
In mijn volgende post kom ik hierop terug..tenzij iemand deze wetten voor mij zou willen toelichten..